De ‘Pseudo-eindheffing’: Wordt jouw wagenpark een fiscale kostenpost?

impact op jouw wagenpark?

De 'Pseudo-eindheffing' van 12% voor werkgevers

Vergroening van het wagenpark is voor veel organisaties geen keuze meer, maar beleid. Je biedt misschien al hogere leasebudgetten voor elektrische auto’s of stimuleert het OV. Naast de acties die werkgevers al zelf hebben genomen, heeft de fiscus een nieuwe drempel opgeworpen: de pseudo-eindheffing op fossiele personenauto’s.

Vanaf 1 januari 2027 (met een belangrijke overgangsregeling) wordt het simpelweg duurder om werknemers in een benzine-, diesel- of hybride auto te laten rijden. Ik zie dat deze regels nog niet overal bekend zijn, of de impact onderschat kan worden. Het is niet alleen een kostenpost; het is een dossier dat vraagt om goed te kijken naar de keuzes in je arbeidsvoorwaardenpakket.

Wat is de pseudo-eindheffing precies?

De overheid wil graag dat vanaf 2027 elke nieuwe zakelijke auto emissievrij is. Om dit te stimuleren, betaal je als werkgever een extra heffing van 12% over de cataloguswaarde van elke niet-elektrische personenauto die je ter beschikking stelt. Dit staat los van een eventuele bijtelling voor privégebruik van de werknemer, zoals we nu kennen.

In de praktijk betekenen de nieuwe regels het volgende voor werkgevers:

  • Woon-werkverkeer is privé: Voor de bijtelling telt woon-werkverkeer als zakelijk, maar voor deze nieuwe heffing wordt dit gezien als privégebruik. Dit is de grootste valkuil: zelfs als je werknemer geen meter privé rijdt en een sluitende rittenregistratie overlegt, ben jij als werkgever die 12% verschuldigd zodra de auto voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. In de praktijk ontkomt bijna geen enkele fossiele leaseauto aan deze heffing, omdat vrijwel iedere werknemer de auto gebruikt voor het traject tussen huis en kantoor. Het beperken van privékilometers is dus niet langer een oplossing om deze belasting te voorkomen.
  • Verbod op doorberekenen: Je mag de aanvullende heffing niet verhalen op je werknemer. De rekening ligt dus volledig bij de organisatie.
  • De overgangsregeling: Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030. Als je werknemers nu (2026) nog een brandstofauto laat bestellen met een contract langer dan vier jaar, moet je de toekomstige lasten al in je begroting meenemen.

Aan welke knoppen kun je draaien?

De nieuwe regels dwingen je om opnieuw naar je hele mobiliteitsplan te kijken. De kosten gaan omhoog en je processen moeten anders. De grote vraag is: hoe stuur je bij zonder dat je de grip op de kosten en de administratie verliest?

  1. Herzie je mobiliteitsbudget
    Is de leaseauto nog wel het juiste instrument voor elke functiegroep? Door over te stappen op een flexibel mobiliteitsbudget verschuif je de keuze (en de fiscale druk) naar de werknemer. Jij faciliteert, zij kiezen. Twee nadelen die hierbij spelen is dat je als werkgever niet meer kunt ‘sturen’ op elektrische auto’s, want wat als werknemers met het budget alsnog een eigen fossiele auto rijden? En je zult als werkgever meer administratie moeten bijhouden, om gebruik te kunnen maken van onbelaste vergoedingen in de werkkostenregeling (WKR) of de gerichte vrijstellingen.
  2. Strategische keuzes over beloningsbeleid
    Mobiliteit is een essentieel onderdeel van je secundaire arbeidsvoorwaarden. Als de kosten voor een benzineauto met € 5.000 tot € 7.000 per jaar stijgen (bij een gemiddelde middenklasser), heeft dat effect op je totale personeelskosten. Daarom is het goed om niet direct de details van een leaseregeling te bekijken, maar even een stap terug te zetten en te bepalen hoe je jouw secundaire arbeidsvoorwaarden wil inrichten. Welke voorwaarden passen bij jou als werkgever, en welke worden niet (meer) gewaardeerd in de huidige vorm door jouw werknemers
  3. Laadinfrastructuur vs. Brandstofpas
    Veel werkgevers worstelen met de vergoeding van thuisladen. Wist je dat je de kosten voor een laadpaal thuis en de stroomkosten onder voorwaarden onbelast kunt vergoeden, mits dit goed is vastgelegd? Dit is een veel effectievere ‘knop’ om aan te draaien dan simpelweg het leasebudget verhogen.

De administratieve kant onder controle

Nieuwe regels invoeren lijkt op papier vaak een invuloefening, maar in de praktijk gaat het meestal mis op de details. Neem het monitoren van het privégebruik: omdat de fiscus voor deze heffing een andere definitie gebruikt dan voor de bijtelling, kun je niet blind vertrouwen op je huidige systemen. Hoe houd je dat werkbaar zonder dat je HR-afdeling overloopt of je administratie te veel tijd gaat kosten?

Wacht niet tot 2027 om actie te ondernemen; de keuzes die je nu maakt bij het afsluiten van nieuwe leasecontracten hebben directe financiële gevolgen voor de komende jaren. Analyseer je huidige wagenpark, maar kijk vooral ook verder: sluit je mobiliteitsbeleid nog wel aan bij de strategie van de organisatie en de wensen van je werknemers? Door nu je beleid en processen toekomstbestendig in te richten, voorkom je dat je straks achter de feiten aanloopt en onnodige fiscale kosten maakt.

Ondersteuning nodig?

Wil je weten wat de exacte impact is voor jouw organisatie of heb je hulp nodig bij het herformuleren van je mobiliteitsbeleid? Ik denk graag met je mee om de risico’s te minimaliseren en je beloningsbeleid toekomstbestendig te maken.

Charissa Schutte
Beloningsexpert voor organisaties in verandering, van scale-ups tot corporate. Al 15 jaar de strategische sparringpartner voor directies op het gebied van loonheffingen en beloningsbeleid. Ik breng helderheid in complexe regelingen, werk aan een werkbare beloningsstrategie en zorg dat participatieplannen daadwerkelijk begrepen worden op de werkvloer.